De Driver

Gepubliceerd op 1 augustus 2019 14:17

De huidige driver kennen we allemaal wel maar hoe was de deze, ook wel de houten 1 genoemd, vroeger opgebouwd? De kop van de driver werd gemaakt van hout. Een bol stuk massief hout werd samengeperst tot de vorm van een driver. De driver van vroeger had ook maar doorsnee van maar enkele centimeters en was erg zwaar. Begin jaren 80 zijn de metal woods op de markt gekomen. De driver werd steeds lichter door het gebruik van metaal ofwel titanium, deze behield wel dezelfde vorm maar met een groter slagvak. Doordat de kop hol werd bood dit vele mogelijkheden voor technische verbeteringen zoals gewichtsverdeling en zwaartepunt. Ook heeft er veel verandering in de shaft plaats gevonden, ook deze is deze veel lichter geworden.

Een mooie driver hebben we waarschijnlijk allemaal wel in onze tas. Echter hebben velen van ons te weinig vertrouwen in deze geweldige golf club omdat vaak niet het gewenste resultaat wordt bereikt. We slaan de bal overal naar toe behalve de juiste richting en de lengte die we zo graag willen. De driver is echter wel de meest belangrijke club, naast de putter, in uw tas. Als u een goede drive slaat zet dit de toon voor het verdere verloop van de hole. Dus laat deze niet in uw tas staan maar zorg dat u vertrouwen krijgt in uw drives. Onderstaande probeer ik u in het kort een paar basis tips te geven.

Adresseren

Uit ervaring weet u dat als u een bal echt goed geraakt heeft dit meer voldoening geeft dan een slecht geraakte verre bal. Leg uw bal bij uw linker voet en houd uw hoofd achter de bal. Zoek voor uzelf een solide, comfortabele houding waarbij de schouders en de armen een driehoek vormen. Of u nu iets breder of iets smaller wil staan, doe wat voor u prettig is en waarbij u geen moeite hoeft te doen om soepel te kunnen bewegen. Dit is natuurlijk heel persoonlijk en heeft ook met uw lichaamsbouw te maken.

Backswing

Maak een rustige backswing. Bij het slaan van de driver is het is het van cruciaal belang dat uw beweging vanuit de schouders komt. Let op dat u de schouders en de armen in een „driehoek” houdt door een rustige backswing te maken. De backswing moet controleerbaar zijn en het heeft dus geen enkele zin om dit te forceren.

Downswing

Wat ik vaak zie gebeuren is dat bij het maken van de backswing bij de „top” de arm te veel gebogen is. Het risico bestaat dat u te weinig spanning opbouwd en dat er teveel speling in uw club ontstaat. U kunt nu bijna geen soepel downswing en snelheid maken. Een klassieke fout dat wij „early release” noemen. Heel veel moeite, voor weinig meters! Probeer juist de spanning op te bouwen tijdens de backswing, en het moment van maximale snelheid zo lang mogelijk uit te stellen.

Impact

Het meest belangrijke waar u zich op zou moeten focussen, is dat u met de driver de bal in het midden van het blad raakt. Tevens is het belangrijk dat u uw club één lijn vormt met de voorste arm op het moment van impact. Zo bent u optimale door de bal gekomen.

Throughswing

Nadat u nu optimaal door de bal bent gekomen volgt de „throughswing” Dit zou een vloeiende, ontspannende beweging moeten zijn naar uw eindstand. Dit gebeurd echter alleen als uw rotaties goed is. Uw rechterknie en uw hoofd gaan dan vanzelf mee naar voren. Kijk vooral niet te lang naar de bal! om blessures te voorkomen. Zorg dat u bij uw eindstand in balans blijft. Lukt dit enkele seconden dan heeft u een goede bal geslagen met de voldoening die u zocht.

 

Maak je driver je beste vriend!


«   »